
PLEITNOTA VAN GREENPEACE IN DE ZAAK CHLOROFIELEN vs. ASICS
VOOR DE RECHTBANK IN AMSTERDAM

Index: Klachten
De pleitnota:
Grootedelachtbaar College,
1. Bij de herlezing van de schriftelijke stukken merkte ik, dat in
sommige passages van mijn hand de onderliggende irritatie wellicht
iets te veel heeft doorgeklonken. Ik betreur dat. Irritatie behoort
te worden uitgesproken en dan toegelicht, óf irritatie wordt niét
uitgesproken maar mag dan ook niet doorklinken in woordkeus.
2. Die irritatie is vooral gebaseerd op het feit dat De Chlorofielen
de woorden "PVC-Free" niet lezen als de enkele feitelijke mededeling
van Asics dat er geen PVC in het desbetreffende Asics-product
verwerkt is, maar daar een heleboel negatieve betekenissen of
suggestieve bijklanken willen "inlezen", en op grond van die
vermeende bijbetekenissen vervolgens juridisch ten strijde trekken
tegen degenen die de feitelijke mededeling heeft gedaan. Men trekt
als het ware ten strijde tegen het spook dat men eerst zélf
gecreëerd heeft.
3. Ik ga er vanuit dat u alle stukken gelezen hebt. Greenpeace heeft
naar haar mening in haar pleitnota bij de President van de rechtbank
Haarlem en in haar Memorie van Antwoord alle aspecten van deze zaak
al uitvoerig besproken. Greenpeace heeft daar thans weinig nieuws
meer aan toe te voegen. Ik zal proberen mij te beperken tot het punt
waar het Greenpeace om gaat.
4. Asics wil aan potentiële kopers duidelijk maken dat in haar
producten geen PVC verwerkt zit. Zij doet deze mededeling onder meer
door op de desbetreffende producten de tekst "PVC-FREE" aan te
brengen, al dan niet door middel van een beeldmerk/logo. Die
mededeling is op zichzelf feitelijk juist, dat wordt ook door De
Chlorofielen niet betwist. In zoverre is dus zeker niet sprake van
misleidende reclame.
5. De vraag is vervolgens: wordt door die enkele mededeling de
suggestie gewekt dat PVC schadelijker is dan andere, alternatieve
stoffen? En áls dit al zo is, komt pas de
vraag aan de orde of die suggestie juist is, althans alleszins
verdedigbaar is.
6. De President heeft terecht geoordeeld dat van zo een suggestieve
nevenbetekenis geen sprake is. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen
enkel argument van De Chlorofielen heb gelezen dat tot de conclusie
dwingt dat de President dit verkeerd heeft gezien. De Chtorofielen
betogen vooral dat PVC helemaal niet zo schadelijk is, en met name
niet schadelijker dan alternatieve producten, en dat het
overheidsbeleid ten aanzien van PVC onjuist is, althans dat daarin
sprake is van gewijzigde inzichten. Met de vele daaraan gewijde
woorden wordt echter niet de vraag beantwoord, waarom de mededeling
"PVC-FREE" een "afbrekende" connotatie of mededeling zou impliceren
betreffende PVC. In andere gevallen is dat evenmin het geval.
7. Als in een maatpak het wolmerk is aangebracht, betekent dit dat
het pak van zuiver scheerwol is gemaakt. Daarmee is niets ten nadele
gezegd van katoenen pakken,
polyester pakken of linnen pakken. Wanneer op een gerecht staat dat
het "koosjer" bereid is, is daarmee niets ten nadele gezegd van
producten die wel met varkensvlees bereid zîjn. Als producten het
eco-keurmerk dragen, is daarmee niets gezegd ten nadele van
niet-biologische producten. In al deze voorbeelden is telkens
slechts sprake van productinformatie ten behoeve van de consument.
Met die productinformatie probeert de producent aan de potentiële
koper duidelijk te maken, waarin zijn product zich wellicht op een
relevant onderscheidt van vergelijkbare, alternatieve producten.
8. Ik zei: '''zich wellicht onderscheidt". Sommige kopers maakt het
namelijk niet uit of zij een wollen pak, een polyester pak of een
katoenen pak kopen. Voor andere consumenten is dat onderscheid wel
van belang. Sommige consumenten zullen liever varkensvlees eten dan
rundvlees (bijvoorbeeld vanwege het prijsverschil, de srnaak of
vanwege BSE-risico's); andere consumenten eten juist liever of
beslist géén varkensvlees. Die voorkeur kan gebaseerd zijn op
willekeur, op smaak of op religieuze/levensbeschouwelijke motieven.
9. Bij de President heb ik namens Greenpeace betoogd, dat steeds
vaker aan producten een ideologische component kleeft. In steeds
bredere kring dringt namelijk het besef door dat de natuurlijke
grondstoffenvoorraden niet onuitputtelijk zijn, en dat ook het
zelfherstellend vermogen van de natuur tegen emissies en lozingen
van giftige stoffen, niet onuitputtelijk is. Talloze verdragen, ik
noem slechts het Kyoto Protocol, geven blijk van het wereldwijd
groeiende besef dat een omslag moet worden gemaakt naar een duurzame
economie. In dat licht past het streven om sommige producten of
stoffen niet meer of zo min mogelijk te gebruiken, vanwege de
problemen die die stof of dat product voor het milieu kan opleveren.
Het groeiende besef dat een omslag moet worden gemaakt naar een
duurzame economie heeft geleid tot een sterk groeiende groep van
kritische consumenten, die er belang aan hecht dat producten
"duurzaam" zijn geproduceerd. Deze consumenten wensen vanuit hun
levensovertuiging c.q. hun mens- of maatschappijbeeld, informatie te
ontvangen over produeteigenschappen die zij van belang vinden bij
het maken van een keuze tussen gelijksoortige, alternatieve
producten.
10. Zolang PVC de reputatie heeft een zeer milIeubezwaarlijke stof
te zijn, is het voor deze groep van milieubewuste consumenten dus
van belang informatie te mogen ontvangen van producenten als Asics,
dat Asics sportschoenen, in tegenstelling tot sommige andere merken,
vrij zijn van PVC.
11. Ook de Chlorofielen kunnen niet ontkennen - sterker nog, zij
staven dit met hun eigen producties - dat PVC al jarenlang geldt als
een omstreden stof/product; zij stellen daar slechts tegenover dat
die reputatie niet terecht is. Het doet er echter in het geheel niet
toe of de milieuschadelijkheid van PVC nu wel of niet voldoende
wetenschappelijk is bewezen, en het doet er zelfs niet toe of
eventuele alternatieven misschien bijna net zo slecht zijn. Het gaat
er in deze procedure slechts om, dát PVC op dit moment een omstreden
reputatie heeft, en dat voor een bepaalde groep van consumenten die
milieubewust willen leven, dit een reden is om niet te kiezen voor
producten waarin PVC verwerkt is. Heel kort gezegd: deze
milieubewuste consument wil overeenkomstig zijn principes, zijn
maatschappijbeeld, zijn levensbeschouwing kunnen leven en dáárom wil
hij bij zijn aankopen onderscheid kunnen maken tussen PVC-houdende
producten en PVC-vrije producten; en om deze groeiende groep van
milieubewuste consumenten voor zich te winnen, maken sommige
producenten door hun productinformatie onderscheid tussen PVC-vrije
producten en PVC-houdende producten. De klant is koning, en dus is
de vraag of de consument terecht zo een onderscheid maakt niet aan
de orde.
12. In de Hertel-zaak, die ik in de schriftelijke stukken al heb
genoemd, heeft het EHRM ondubbelzinnig uitgemaakt dat uitingen in
een commerciële context gedaan, daarnaast ook duidelijk een
ideologische component kunnen hebben, namelijk wanneer die uiting
tevens moet worden beschouwd als een bijdrage in een publiek debat,
over bijvoorbeeld de volksgezondheid. Volgens Greenpeace doet zo een
situatie zich hier voor. Dat er een maatschappelijk debat gaande is
over de gevaren van PVC voor milieu en gezondheid, valt niet te
ontkennen. Dat Greenpeace als milieuorganisatie en de Chlorofielen
als representanten van de chloorindustrie zich krachtig in dat debat
roeren, valt evenmin te ontkennen. De mededeling Van Asics dat háár
sportschoenen PVC-vrij zijn, mag door commerdële motieven zijn
ingegeven, maar is onmiskenbaar ook een mededeling die inhaakt op
dat publieke debat en daaraan een bijdrage, een standpuntbepaling
inhoudt.
13. Daarmee ben ik aangeland bij de door art 10 EVRM beschermde
vrijheid van meningsuiting, en daarmee tevens bij de reden waarom
Greenpeace zich in de onderhavige zaak heeft gevoegd.
14. Greenpeace is een partij die zich nadrukkelijk roert in dat
maatschappelijk debat over de schadelijkheid van PVC. Greenpeace
beijvert zich om, vanwege de daaraan volgens Greenpeace klevende
milieubezwaren, het gebruik van PVC terug te dringen. Greenpeace is
vooral bekend door haar acties die vaak gericht zijn tegen
milieuvervuilende activiteiten of 'milieuschandalen'. Maar
Greenpeace voert ook op andere wijze campagnes. De campagnes tegen
PVC zijn daarvan een goed voorbeeld. De groep consumenten die
milieuoverwegingen belangrijk vindt bij de aanschaf van een product
neemt snel in omvang toe. Inmiddels gaat het om een aanzienlijke
groep consumenten, die samen veel te besteden hebben en die door
producenten zeker niet meer genegeerd kunnen worden. Deze
consumenten vormen dus een economische koopmacht van belang.
Greenpeace kan producenten niet dwingen om over te schakelen op PVC
vrije producten. Maar consumenten kunnen producenten daar wel toe
dwingen, namelijk door te weigeren nog langer producten te kopen die
niet PVC vrij zijn.
15. Door publieksvoorlichting, door acties en door andere middelen
wil Greenpeace milieubewuste consumenten ertoe aanzetten om waar
mogelijk nog slechts PVC
vrije producten te kopen. Greenpeace stimuleert consumenten dan ook
om acht te slaan op productinformatie als "PVC-FREE" of PVC-FREE
logo's zoals Asics heeft. Als
illustratie van deze voortdurende inspanning van Greenpeace geef ik
u hierbij ter inzage een exemplaar van een tamelijk recent
Greenpeace magazine (2004-1), met een uitgebreide special over
PVC-vrije producten en de vorderingen die daarbij de afgelopen jaren
zijn gemaakt. Het artikel bevat het advies om op internet met het
trefwoord 'PVC-vrij' te zoeken naar het gewenste product, en bevat
zelfs een soort shoppinglist van PVC-vrije producten. Zo wordt in
het artikel vermeld, dat de Bodyshop PVC uit al haar producten en
verpakkingen heeft verbannen; dat Nike bij de bouw van zijn Europees
hoofdkwartier in Hilversum eiste dat leveranciers en onderaannemers
geen PVC gebruikten; dat alle sportschoenen van Asics sinds 2002
PVC-vrij zijn; dat het postorderbedrijf Otto op termijn PVC vrij wil
zijn; dat alle Sony producten eind 2005 PVC vrij zullen zijn; dat
Daimler Benz sinds 1995 geen PVC meer toepast in het interieur van
zijn auto's. Het benoemen en het aanprijzen van producten die
PVC-vrij zijn, en dit niet alleen in zijn algemeenheid maar ook
specifiek waar het gaat om Asics-sportschoenen, is voor Greenpeace
dus aantoonbaar een belangrijk campagne instrument om de koopmacht
van de consumenten die voor milieu-argumenten gevoelig zijn, te
mobiliseren om het PVC-gebruik terug te dringen. En daarin ligt ook
het belang van Greenpeace om zich in de onderhavige kwestie te
mengen.
16. De Chlorofielen willen namelijk een verbod op de mededeling dat
een product PVC-vrij is, en dit in essentie omdat zij menen dat
daarvan de suggestie uitgaat dat PVC een milieu schadelijk product
is.
17. Ieder moet voor zichzelf maar uitmaken of hij PVC een
milieuschadelijke stof vindt, en of hij dat überhaupt relevant
vindt. Maar Greenpeace wil het recht hebben om te blijven uitdragen
dat zij - en velen met haar - PVC wél schadelijk vindt voor het
milieu en dat consumenten dus PVC-vrije producten zouden moeten
kopen. En Asics moet zich, mede in de context von dat publieke
debat, over de afwezigheid van PVC in háár sportschoenen mogen
blijven uitlaten. Als Asics van de Haarlemse president niet meer had
mogen vermelden dat haar sportschoen PVC-vrij is, zou een
rechtstreeks gevolg daarvan zijn geweest dat ook Greenpeace in haar
magazine niet had mogen vermelden en aanprijzen, dat Asics
sportschoenen PVC vrij zijn. Daarmee is het directe belang van
Greenpeace bij de procedure in feite al gegeven.
18. Het gaat Greenpeace daarbij echter niet alleen om Asics, maar om
de principiële vraag of dit soort productinformatie, die op zichzelf
feitelijk juist en neutraal is - namelijk dat het product geen PVC
bevat - verboden mag worden enkel en alleen omdat over de eventuele
milieuschadelijkheid van PVC een pubtiek debat gaande is.
19. Het publiek, althans dat deel van het koperspubliek dat
tengevolge van dat publieke debat de aanwezigheid van PVC
onwenselijk vindt en daar zijn koopgedrag op wil afstemmen, mag van
de Chlorofielen niet geïnformeerd worden over de aanwezigheid of
afwezigheid van PVC in producten - want dat zou uitgelegd kunnen
worden als een standpuntbepaling in dat publieke debat, en wel ten
faveure van het standpunt van Greenpeace en tegen het standpunt van
de Chlorofielen. Omdat er een publiek debat gaande is over de
schadelijkheid van PVC, zou Asics in haar productinformatie dus
geheel over de aanwezigheid van PVC moeten zwijgen, aldus in
essentie de grondslag van de verbodsvordering van de Chlorofielen.
Het lijkt mij evident dat zo een verbod door 10 EVRM niet wordt
toegestaan, maar integendeel recht ingaat tegen wat art 10 EVRM nu
juist wil beschermen, namelijk de 'free flow' van informatie over
zaken die onderwerp zijn van maatschappelijk debat of van
ideologisch of levensbeschouwelijk belang, opdat mensen hun leven
dienovereenkomstig kunnen inrichten. Daarmee valt wat Greenpeace
betreft het doek voor de vorderingen van de Chlorofielen.
20. Uit deze strekking van mijn betoog volgt dat Greenpeace het voor
de uitkomst van deze zaak niet relevant oordeelt om in te gaan op de
vraag of PVC nu wel of niet milieuschadelijk is. Het standpunt van
Greenpeace daarover mag bekend zijn. Nu De Chlorofielen echter
zoveel argumenten aan de onschadelijkheid van PVC wijden, wil
Greenpeace niet al die argumenten onweersproken laten.
21. In de alinea's :2 en 3 van de Memorie van Grieven bijvoorbeeld
stellen de Chlorofielen:
a) dat het beleidsstandpunt in de brief van 31 oktober 1997 van de
Minister van VROM over de problemen van PVC bij rookgasreiniging,
inmiddels achterhaald is;
b) dat die problemen uitdrukkelijk slechts gaan over kortcyclische
PVC producten en schoenen daarbij niet worden genoemd of bedoeld;
c) dat inmiddels PVC~bouwproducten van de Minister van VROM het
predicaat duurzaam hebben verkregen.
22. Daarop de volgende reactie:
a) vanwege onder meer de dioxinevorming bij de verbranding van PVC,
heeft de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) al in de jaren
negentig duidelijk gemaakt géén PVC in haar verbrandingsovens te
willen. Dat standpunt is anno 2003 niet veranderd, heeft de
adjunct-directeur van de VVAV aan Greenpeace laten weten (bron:
Greenpeace-magazine 2004-1, p. 21);
b) sportschoenen worden gerekend tot de kortcyclische producten,
omdat zij een korte levensduur hebben voor zij in de afvalfase
terecht komen. Langcyclische producten zijn bijvoorbeeld PVC
rioolbuizen, die een levensduur van 50 jaar en langer hebben.
c) Inderdaod heeft een aantal PVC bouwproducten het predikaat
'duurzaam' gekregen; maar het ging daarbij uitsluitend om
langcyclische PVC producten die hetzij voordien zijn van een
hergebruik-garantie, hetzij gemaakt zijn van hergebruikt PVC
(conform 5071). Juist deze strenge extra eisen doen blijken dat PVC
in beginsel juist niet als duurzaam mag worden aangemerkt.
23. Het Greenpeace magazine bevat daarnaast zeer veel voorbeelden
van organisaties en instanties die zich ten doel hebben gesteld het
gebruik van PVC sterk terug te dringen (of dit al grotendeels
gerealiseerd hebben. De veelgeciteerde uitspraak van de inmiddels
vermoorde Zweedse milieu-minister Anna Lindh is veelzeggend; "De
vraag is niet óf PVC wordt uitgefaseerd, maar hóe."
24. Greenpeace meent dat Asics geen onjuiste, suggestieve of
misleidende mededelingen heeft gedaan over haar sportschoenen, door
daarvan te zeggen dat deze PVC-vrij zijn. Daarin kan dus geen grond
gelegen zijn voor een verbod op die mededeling. De milieu
schadelijkheid van PVC is bovendien onderwerp van maatschappelijk
debat, en voor grote groepen mensen is daarom, op grond van hun
overtuiging en maatschappijvisie, van belang om informatie te mogen
ontvangen over de aanwezigheid van PVC in producten. Voor
producenten mag zulke.productinformatie over de afwezigheid van PVC
misschien een louter commerciële functie hebben, maar dat doet niet
af aan het feit dat die informatie voor de koper/consument ook - en
misschien wel vooral - een levensbeschouwelijke of ideologische
betekenis heeft. Het verbieden van zo een informatie-uitwisseling
levert dan ook strijd op met art 10 EVRM, waarvoor geen
uitzonderingsgrond valt aan te wijzen en zéker geen "social pressing
need in a democratic society" bestaat.
25. Greenpeace handhaaft dan ook haar conclusie, dat De Chlorofielen
niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering,
althans dat aan hem hun vordering moet worden ontzegd en dat zij ook
in hoger beroep behoren te worden veroordeeld in de kosten.

Reactie op de pleitnota:
Het is duidelijk dat Greenpeace geen enkel bewijs voorlegt dat PVC
schadelijk(er) is voor het milieu dan enig alternatief. Daarom
beroepen zij zich op de vrijheid van meningsuiting. Omdat er een
debat gaande is over de milieu schadelijkheid van PVC, mag dus
eender welke firma gebruik maken van dat debat om zich te
profileren. Dat Greenpeace zelf aan de basis licht van dat debat,
daar wordt stilzwijgend aan voorbijgegaan. Dat het wetenschappelijk
debat al lang voorbij is, waaruit PVC in meer dan 20 vergelijkende
studies (LCA's - levenscyclus analyses) er als één van de beste, zo
niet hét beste uitkomt, daar wordt door Greenpeace aan
voorbijgegaan. Sterker nog, het interesseert Greenpeace geen barst,
of de alternatieven tot (bewezen) 20 keer méér vervuilen, als er
maar geen PVC in zit, want daar zit chloor in en chloor is door de
duivel zelf uitgevonden. Dit is pseudo-religieus fanatisme en heeft
met milieuverdediging niets te maken.
Wat vooral opvalt is dat Greenpeace voorbeelden geeft waarin wordt
aangegeven welke materialen of bereidingswijze er wél werden
gebruikt, niet wat er niét werd gebruikt. Bv. het label wolmerk
geeft aan dat er zuiver scheerwol werd gebruikt. Er werden géén
labels gebruikt waarop staat dat de kleding "katoen-vrij" of
"polyester-vrij" is. Dat laatste geeft namelijk op geen enkele wijze
aan welke materialen er dan wel gebruikt werden, en laat de
consument volledig in het ongewisse. Het label "PVC-vrij" is dus ook
iets dergelijks. De consument komt niet te weten welke materialen er
dan wél in de schoenen van Asics zijn verwerkt, noch hoe
milieu(on)vriendelijker die zijn, dus kan zich dan ook géén oordeel
vormen over de milieuvriendelijkheid van Asics.
Dus als Asics simpelweg aangeeft welke materialen er door hen worden
gebruikt, wordt de consument eerlijk voorgelicht en kunnen diegenen
die absoluut géén PVC willen kopen, evengoed hun keuze maken. Er
wordt dan door Asics géén standpunt ingenomen in het debat, noch
geeft ze de (valse) indruk dat PVC slechter voor het milieu is dan
de materialen die zij gebruikt. En er wordt niemand door beledigd.
Inzake kortcyclisch of langcyclisch, ook dat is een vals debat. Als
Asics zo bezorgd is om het milieu, waarom zorgen zij er dan niet
voor dat haar schoenen ná gebruik worden ingezameld, de
verschillende materialen worden gescheiden en gerecycleerd? Voor
PVC-zolen was dat geen enkel probleem, die kunnen in de bestaande
recyclage schema's voor PVC vloerbekleding worden verwerkt. Voor de
andere materialen (PUR, PEVA, rubber), wordt dat heel wat
moeilijker...

U bent op niveau 3 van de Chlorofielen pagina's.
Op het net: 16 mei 2004.
Finale aanpassing: 31 maart 2019.
Welkom pagina
Home Page van de Chlorofielen
klacht tegen Asics voor de
rechtbanken in Haarlem en Amsterdam