![]()
![]()
![]()
De chemische industrie kan een belangrijke bijdrage leveren om het gebruik van chloor als grondstof te verminderen, of om het gebruik van chloor volledig controleerbaar te maken, zodat het risico voor externe veiligheid kan worden gereduceerd.Wanneer bepaalde toepassingen van chloor teveel problemen zouden geven, dan zouden verdere studies naar alternatieven moeten kijken om die problematische toepassingen te elimineren.
Daarom werd een studie gestart door de overheid en uitgevoerd door
twee wetenschappelijke instituten: TNO and CML, beide bekend in
heel Europa, de eerste gespecialiseerd in
organochloorverbindingen, inclusief dioxinen en soortgelijke
stoffen, de tweede in levenscyclusanalyses (LCA's).
Een stuurgroep werd gevormd door de overheid, terwijl de industrie
en milieugroeperingen werden uitgenodigd om deel te nemen. De
laatsten weigerden...
Op een totaal van 939 kton chloortoevoer, waren de voornaamste bronnen:
Productie in Nederland: 551 kton
Import (inclusief gechloreerde producten): 279 kton
Recycling/hergebruik van zoutzuur: 100 kton
Andere kleinere toevoer (verbranding): 9 kton
Accumulatie in gebruik:
PVC in lange-termijn toepassingen: 144 kton
Andere: 3 kton
Export ander gebruik:
Export: 325 kton
Verscheidene andere toepassingen: 69 kton
Niet gerecycleerd zoutzuur (van 134 kton): 34 kton
Emissies/afval:
Zout (alles naar brak of zeewater): 201 kton
andere emissies naar water: 0,2 kton
emissies naar lucht: 21 kton
vast afval: PVC: 34 kton
verschillende andere: 3 kton
slakken en asse: 5 kton
Bron: Een chloorbalans in Nederland
TNO/CML rapport STB/95/40-I, 16 november 1995.
De geëmitteerde hoeveelheden zeggen niets over de totale relatieve
giftigheid. Om dat vergelijkbaar te maken, werden de hoeveelheden en
giftigheid van de gechloreerde emissies vergeleken met de totale
emissies en giftigheid van alle emissies in Nederland. Dat werd
uitgevoerd voor verschillende milieucategorieën op basis van de
gegevens voor 1990 en nadat een aantal maatregelen werden/worden
uitgevoerd. Het totale chloorverbruik is 0,4% van het totale
materiaalverbruik. De bijdrage aan een milieuprobleem moet dus rond
0,4% liggen om vergelijkbaar te zijn met andere materialen. Het
chloorverbruik voor PVC is ongeveer 50% van het totale chloorgebruik
in Nederland. De relatieve bijdrage van PVC aan een milieuprobleem
zou dus rond 0,2% moeten liggen om een gemiddelde vervuiling te
halen. De werkelijke resultaten waren:
Relatieve bijdrage van gechloreerde producten aan
verschillende milieuproblemen:
Alle gegevens in %
1990 na maatregelen PVC
Humane toxiciteit: 0,8 0,4 0,02
Ecotoxiciteit: 12 7 <0,001
Verzuring: 0,8 0,1 0,025
Ozonafbraak: 65 4 <0,05
Broeikaseffect: 12 2 <0,05
Smog: 0,5 0,4 0,005
Stank: 0,1 0,1 <0,0002
Vast afval: 0,4 0,4 0,2
Bron: Een chloorbalans voor Nederland
TNO/CML rapport STB/95/40-I, 16 november 1995.
Commentaar:
![]()
![]()
Ontwerp: 6 april 1996.
Laatste wijziging: 3 januari 1998.
Finale wijziging: 31 maart 2019.
U bent op nivo één van de Chlorofielen paginas